Artist statement

Al heel jong – eigenlijk al vanaf het moment dat ik een potlood kon vasthouden – heb ik de werelden in mijn hoofd getekend, geschilderd en gebouwd.

Mijn werk is meestal beeldend en surrealistisch. Vaak hoor ik dat mijn werken verhalen vertellen, maar dat is maar ten dele waar; ik vind het veel interessanter de kijker aan te zetten tot het maken van een eigen verhaal.

Voor sommige materialen heb ik een uitgesproken voorliefde, ik blijf ze gebruiken; versleten hout, de droogte van papier. De transparantie van glas, harsen en was. Gelakt karton. Lood. Zand, klei en kalk. Vloeistoffen en pigmenten.

Kasteel – ongebakken klei, circa 1979

Veel van mijn bronmateriaal is gevonden, gekregen of gekocht in tweedehandswinkels. Ik geloof in upcycling en ben er van overtuigd dat de geschiedenis van een oud voorwerp doorwerkt in mijn eigen werk. Mijn uitingsvormen zijn kastjes, diepe frames, stolpen boeken en vrijstaande objecten.
Ik gebruik vaak technieken zoals collage, assemblage en objet trouvée. Ook ga ik regelmatig op ontdekkingstocht in het veld van etsen, tekenen, schilderen en schrijven.

Zoals alle kunstenaars heb ik thema’s die ik regelmatig bezoek, nieuwe thema’s die ik onderzoek en oude thema’s die ik herontdek: historie (zowel mijn eigen als algemeen), wetenschap, verzamelingen, spelen, mechanismen, verhalen en licht. Af en toe maak ik uitstapjes naar alchemie, de mens in al zijn gedaanten en hoedanigheden en andere merkwaardigheden.
Ik maak klein en gedetailleerd werk. Ik ben niet bang voor kleur en ik maak vaak gebruik van rasters, lagen, tekst, systemen en taxonomiëen. Voor de “verborgen” hoeken van mijn werk heb ik een fascinatie: de achterzijde, de binnenkant, het overgeschilderde en niet langer zichtbare. Soms geef ik mijn werk een patina van ouderdom als het daarom vraagt.
Ik denk niet dat ik ooit een werk zonder titel heb gemaakt. Namen en woorden zijn belangrijk voor me. Zo kan een tekst – van één woord tot een volledig verhaal – me inspireren tot een werk. Vaak is de titel er al voordat het werk af is.

Niemand leeft in isolatie, en daarom heb ik alles te danken aan de mensen om me heen; mijn geliefden en familie, mijn vader Wim die me op weg hielp, mijn moeder Nancy die me onvoorwaardelijk steunt, grote kunstenaars zoals Joseph Cornell, Carel Willink, Nick Bantock (en talloze anderen) en tenslotte een inspirerende groep vrienden. Maar het zijn vooral de paar vrienden die kritische vragen stellen waar ik het meest van leer.

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *